de scheidsrechter

Aandachtig wordt op het scherm gekeken. Wat gebeurt daar precies? Nog eens van links, rechts, van boven, van voren, van achteren. De beslissing valt.

Je uiterste best gedaan. Voor je idee niks verkeerd. En dan je lot in handen van de scheidsrechter, de jury. Je best doen meer kan je niet. En vertrouwen hebben in de jury. En op de koop nemen dat juryleden ook maar mensen zijn. Die fouten kunnen maken en misschien wel slecht geslapen hebben. Of niet vergeten zijn dat je een keer een middelvinger opgestoken hebt.

Ik ken twee mannen die ieder weekend het hele land doorreizen om basketbalwedstrijden te fluiten. Ze doen dat al jaren. Ze waren middelmatige spelers. Maar ze zijn uitstekende scheidsrechters. Bij elke wedstrijd krijgen ze de meest vreselijke dingen naar het hoofd. In de pauze en na de wedstrijd moeten ze in de kantine uit en te na horen wat er allemaal verkeerd was. Ze voeren discussies waarom ze hebben besloten wat ze hebben besloten. Voor een gratis consumptie en reisgeld doen ze dat. Ik heb ze wel eens gevraagd wat er leuk aan is, dat ik het niet snapte dat je scheidsrechter wilt zijn.  Ik kreeg een heel lang antwoord. Het kwam er op neer dat ze gek zijn op het spellletje, op sport, het sportwereldje. Ik hoorde het uit hun mond en ik zag het in hun ogen. En dat snap ik. Oh ja. 

Advertisements

niets is raar, alles bijzonder

Dit is een schoolplein waar ik zou willen spelen: ruimte, hoekjes, bomen en groen. Groepjes, eenlingen. Zomaar wat doen binnen de ruimte van het plein. Spelen, rennen, dromen. Samen. Alleen. Verbonden. Soms loopt er iets uit de hand, dan grijpt de juf in. Zij is in de buurt. 

Het leven is een schoolplein. Alles wat daar gebeurt, gebeurt in het echte leven ook. Kijk naar wat zich daar afspeelt, dan weet je het. In de kijkcijferhit De Luizenmoeder zien we de volwassenen op het plein en ook dat klopt: zo gaat het overal tussen mensen, op school, in de buurt, op het werk, op de club. Heerlijk om met ons allen in de spiegel te kijken. Want wie ben jij in het verhaal? En: gelukkig, niets wordt mooier gemaakt dan het is. Roddel, achterklap, uitgesproken vals zijn en vilein, het zit er allemaal in. Slappe kerels met zalvende praatjes en ondertussen o zo onderdrukkend en autoritair. Juffen die dat soort kerels op de troon zetten. Sterke, stenge juf Ank met een kwetsbaar geheim. Regels, codes, protocollen. Zo gaat het  in de grote boze mensen wereld. Helaas.

Verbieden, aan banden leggen, regeltjes bedenken. Was het maar zo eenvoudig. Schilderijen met naakten uit het museum halen, woorden uit het woordenboek schrappen, programmamakers de mond snoeren. Niet doen. Laat het bestaan. Durf het te laten zien. Laat ze spelen de kinderen, laat ze het onderling uit vechten. Grijp niet te snel in. Heb vertrouwen in de mens. En er is altijd een juf Ank in de buurt. Niets is raar, alles bijzonder.

droger


Nat, zeiknat is mijn huis in aanbouw. Het was de regen. Uitgerekend in de maanden dat mijn huisje gebouwd werd, regende het. Iedere dag. Soms zachtjes, vaak hard. Maar regenen deed het. Als ik wakker werd en ik hoorde het tikken op het slaapkamerraam begon ik de dag met een zucht. 

Nadat het huis onder dak zat kon het drogen beginnen. Er kwamen drogers in het huis, een kanon. Vochtvreters. Maar nadat het enigszins opgedroogd was, kwam de stucadoor. Toen werd het weer nat, zeiknat. Weer de drogers aan, het kanon, de vochtvreters.

Vorige week brak de lucht open, kwam de wind. “Zet alles wagenwijd open, lekker droogwaaien”, was mijn advies aan de aannemer. Maar dat zag ik verkeerd. Vochtvreters, het kanon en alles potdicht, want anders zouden de vochtvreters het vocht van buiten aantrekken. Zelfs de ventilatieroosters moesten dicht. 

Toen ik aan een vriendin het huis wilde laten zien, waren alle ramen beslagen en drupte het water van de muren. Het kanon was uit. Vriendin vroeg aan de aannemer waarom er niet geventileerd werd. Dat de wind toch de beste droger is die er bestaat. Zij droogde altijd haar was buiten, en die was altijd droog aan het eind van de dag. Nee van drogers moest ze niks hebben. Onnatuurlijk, niet duurzaam en ze had nog een hele rij argumenten waar om het drogen door de wind te verkiezen was. Ik bemoeide me wijselijk niet met de discussie en vroeg me af wat de aannemer straks zou zeggen over haar. “Nog eigenwijzer dan zij”. Of zo iets. Maar. Vriendin heeft blijkbaar meer overtuigingskracht dan ik. Toen ik de volgende dag langs het huis reed zag ik het uit de verte. Alle ramen stonden open. Op kiepstand.

Groningen

Mijn broer woont in Oost Groningen. Af en toe appt hij mij een foto. Dan is hij wezen fietsen of wandelen en heeft hij een foto gemaakt van het landschap. Dat is onveranderlijk leeg en weids. Geen mens, amper een dier. Lucht, land en water. Daar houdt hij van. Hij is net als zijn vader een man van de zee. Hij maakt zich ook niet zo gauw druk over van alles. Het zal allemaal wel. 

Gister was de voormalig hoogste man van Shell in Buitenhof. Hij had de opdracht om een ongeval in het leger te onderzoeken. Een tragedie. Het is goed dat het onderzocht wordt. Maar ik werd langzaam groen en geel van ergernis. Uitgerekend deze man nam het leger de maat. Er deugde helemaal niks van het leger. Nee bij Shell werd in iedere meeting even een vraag gesteld over de veiligheid.

Ik uitte mijn ergernis in een twitterberichtje. Zojuist zag ik een rood hartje onder het bericht. Mijn broer.  

Foto: Hans de Bruine 8/1/18 

paraplu


Toen ik de supermarkt uit kwam begon het te regenen. Ik klapte mijn nieuwe paraplu open. Nog niet gebruikt. Na een kobaltblauwe, een rode, een gele, en een rits zwarten een witte deze keer. Overal in den lande liggen mijn vergeten paraplu’s: in de trein, in theaters, in kerken, in huizen. Soms komt er één terug, meestal niet. Voor de verandering een witte, die zie je niet zo vaak, die kun je niet over het hoofd zien. Toen ik het parkeerterrein afliep, hield een vrouw mij aan. “Wil je meerijden? Ik ga ook die kant op.” Ik had eigenlijk net zo lief willen lopen, maar vond het aanbod te aardig om te weigeren. De paraplu ging weer dicht en even later reed ik met een voor mij vaag bekende vrouw naar huis. 

” Weet je wie ik ben?”, vroeg ze nadat we het over haar mooie autootje hadden gehad. Ik kende haar van gezicht, maar gokte de verkeerde naam. Toen ze haar naam zei, gokte ik de verkeerde familie X. Haar dochter had bij mij in de klas gezeten, ik moest even nadenken voor het beeld van het meisje naar boven kwam. Een vriendelijk, onopvallend meisje. Het ging goed met haar. Ze heette nu anders. 

Voor ik het wist stond ik voor mijn huis, het was “helemaal geen probleem” om me even thuis af te zetten. Ik bedankte haar omstandig en vergat niet de paraplu mee te nemen. 

Toen ik thuis was, dacht ik na over de wonderlijke ontmoeting. Wat kunnen mensen toch aardig zijn. Maar ik kon me ook niet aan de indruk onttrekken dat er meer was. Had die vrouw mij iets willen zeggen? Vragen? Er is van alles door mijn hoofd gegaan. Ik weet zeker dat ik haar nog een keer tegenkom, dan vraag ik het. 

privacy

Wat vind je? Mag ik deze foto van de stucadoor in mijn huis plaatsen? Appen, of op facebook zetten? Ik heb haar verzonden met de tekst schiet lekker op he ! Nu ik de foto gebruik voor dit verhaal twijfel ik. Je kunt niet zien wie het is. Maar je kunt wel zien wanneer die gemaakt is en waar. Ik heb hem ook niet gevraagd mag ik een foto van je maken, bedenk ik me nu. Ik denk het wel, maar ik had het beter even kunnen vragen. 

Ik vind dat je zorgvuldig moet zijn met het maken en versturen van foto’s en gegevens van anderen. Zo heb ik me verbaasd over de berichtgeving over een man die met zijn zoontje voor de trein is gaan staan. Ik dacht te weten dat dit soort berichten zoveel mogelijk buiten de media worden gehouden vooral vanwege de “besmettelijke” effecten er van. Zelfs een interview met de machinist. Moeten we alles weten? Ik had het liever niet gelezen, geweten. Maar ik beken dat ik het wel heb gedaan. Omdat het er stond. Met een foto van de gloedjenieuwe blauwe trein. 

In de omgang met mensen hoor je dingen die je voor je houdt, een kwestie van vertrouwen. In je werk, ja ook in het vrijwilligerswerk moet je beloven en niet zelden er zelfs voor tekenen: “Wat in deze kamer gezegd wordt blijft hier in deze kamer.” Die belofte geldt voor altijd. Ook voor premiers. Als ze gesprekken met de koningin hebben klappen ze daar over niet uit de school, zoals Dries van Agt deed in het tv-programma Kijken in de Ziel. We zijn niet allemaal zo ijdel als Dries van Agt, maar ik weet wat het is, en hoe het voelt om met een nieuwtje naar buiten te komen waar je mee kunt scoren. 

Nieuws met een emotionele inhoud doet het goed. Sensatiezucht, nieuwsgierigheid, betrokkenheid, meeleven, het zijn dunne scheidslijnen. Ik denk aan de zoektocht naar Anne Faber. Hoe we, ik, mee mee heb geleefd. De ontknoping intensief heb gevolgd op de social media. Ik realiseer me dat ik daarna nauwelijks nog iets heb gehoord over de zaak. De familie heeft gevraagd om met rust gelaten te worden, om respect. Dat is gebeurd. We kunnen het dus wel met ons allen. Meeleven en bescheiden op afstand blijven. En af en toe aan haar familie denken. Je hoeft niet alles te weten om verslagen en in stilte mee te leven met mensen die iets vreselijks overkomt. 

gezocht


Ik droom. Ik ben in een grote stad en zoek. Waar naar, waar heen, dat weet ik eigenlijk niet. Ook probeer ik iemand te bereiken met mijn telefoon. Dat lukt ook niet. Ik zie een leeg beeldscherm. Geen reactie op mijn bericht. Ik loop en loop, maar kom steeds bij een pleintje met een boom uit. Ik ben bang, wanhopig, in paniek. Hijgend word ik wakker. Het is een bekende droom, ik ken haar, maar het is lang geleden deze keer. Ik ken de nachtelijke zoektocht in vele variaties, maar het is altijd hetzelfde thema: zoeken naar iets waar je niet bij kunt komen, en onveranderlijk angstig. De omgeving, de gebouwen die er in voorkomen, komen me op de een of andere manier bekend voor, maar ik weet zeker dat ik ze nooit heb gezien.

Ik hoor buiten iemand hoesten, daar ben ik waarschijnlijk wakker van geworden. Verlost uit mijn droom.

De dag er voor ben ik naar de film “Vele hemels boven de zevende”, de verfilming van het gelijknamige boek van Griet op de Beeck geweest. Ik was ondersteboven van het boek en heb geaarzeld of ik de film wel wilde zien. De film is inderdaad bij lange na niet het boek, maar aangrijpend was de film zeker. ” Ik heb gehuild aan het eind”, vertelde de mevrouw van de kaartjes. Ik ook. Ik weet ook dat ik bang was. Een gezin, een familie die elkaar gevangen houdt, de onmacht elkaar te bereiken, eindigend in een explosie, waar alles er uit gegooid wordt, het ingehouden geweld dat naar buiten komt en het nog uitzichtlozer maakt en eenzamer. Ik vond het angstig. Dat zal het dus wel geweest zijn. Mijn droom. Net als de man onder mijn raam: alle rommel er uit hoesten. 

Griet op de Beeck vraagt zich in het boek af waarom we andere woorden gebruiken voor eenzaamheid, verdriet en angst, “want het voelt hetzelfde”. Ik heb het genoteerd in mijn opschrijfboekje met het nummer van de bladzijde (293). Nu ik de woorden weer tot me door laat dringen, denk ik nee, nee verdriet voelt open, is bevrijdend, is niet fijn maar is ontlading. Verdriet kan ook zoet zijn. Angst is benauwdheid, beklemming, een knoop in je buik. Weten dat het ergens is en het niet kunnen vinden.